Als sinds 2002 houdt de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) zich intensief bezig met het monitoren van de diergezondheid in Nederland. Maar wat houdt dit nu precies in, waarom wordt het gedaan en wat levert het op?
2002: hoe het begon
In 2002 heeft de GD in samenwerking met het ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en de Productschappen Zuivel en Vee, Vlees en Eieren een systeem opgezet voor diergezondheidsmonitoring. Doel hiervan was goede, relevante en tijdige informatie verzamelen voor eventuele beleidsaanpassingen en de mogelijkheid om in geval van nood direct in te kunnen grijpen. Diergezondheid, dierwelzijn, volksgezondheid en voedselveiligheid waren hierbij belangrijk voor de samenwerkende partijen. Het nieuwe systeem moest een aanvulling zijn op de bestaande meldplicht voor bestrijdingsplichtige dierziekten. Na een opstartfase in 2002 was het systeem in 2003 helemaal klaar voor gebruik in de sectoren rundvee, varkens, pluimvee en kleine herkauwers.
Aansturing
In iedere sector is een begeleidingscommissie opgericht met vertegenwoordigers van overheid en landbouwbedrijfsleven. Hierin zijn naast het ministerie van EL&I en de Productschappen ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO) en ketenpartijen vertegenwoordigd. Deze begeleidingscommissies krijgen vier keer per jaar de resultaten van de monitoring gerapporteerd. Het ministerie en de productschappen besluiten vervolgens of en welke vervolgstappen er nodig zijn. Dit kan extra onderzoek zijn, maar ook communicatie naar dierenartsen of het instellen van een meldingsplicht. De GD heeft hierbij een adviserende rol.
Drie doelen
De diergezondheidsmonitoring heeft drie belangrijke doelen:
- Opsporen van uitbraken van bekende aandoeningen of ziekteverwekkers die voor zover bekend niet in Nederland voorkomen. Hierbij valt te denken aan de uitbraak van blauwtong in 2006.
- Opsporen van nog onbekende aandoeningen. Denk hierbij aan het vorig jaar gevonden schmallenbergvirus.
- Zicht houden op trends en ontwikkelingen, zoals de invloed van huisvesting op het voorkomen van Aviaire Influenza bij pluimvee.
Monitoringsinstrumenten
Om deze doelen te bereiken is een systeem opgezet van verschillende, elkaar aanvullende monitoringsinstrumenten. De GD werkt hierbij intensief samen met dierenartsen in het veld en veehouders, maar ook met bijvoorbeeld slachterijen, het
Centraal Veterinair Instituut (CVI) en het
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
De monitoringsinstrumenten die gebruikt worden, zijn onder te verdelen in twee typen: reactieve en proactieve instrumenten. Reactieve instrumenten zijn gericht op het zo breed mogelijk opvangen van zo veel mogelijk signalen uit het veld. Lees hier meer over de reactieve monitoringsinstrumenten: GD Veekijker en pathologie, Veterinaire Monitoring Pluimvee en Veterinaire milieutoxicologie.
De proactieve instrumenten richten zich op trends in de diergezondheid die voor de sector van groot belang zijn. Lees hier meer over de proactieve monitoringsinstrumenten data-analyse, prevalentieonderzoek, bewakingsprogramma's en het waarschuwingssysteem leverbot.
Samenwerking
In het kader van aangifteplichtige en opkomende dierziekten werkt de GD samen met het CVI voor diagnostiek en kennisdeling. Voor ziekten met een (potentieel) risico voor de volksgezondheid wordt samengewerkt met onder andere het RIVM.
Rapporteren en publiceren van informatie
De GD rapporteert haar bevindingen per kwartaal aan de begeleidingscommissies. Als er tussen deze vierjaarlijkse rapportages door informatie aan het licht komt die van direct belang is, wordt dit onmiddellijk gemeld via telefoon of e-mail aan de begeleidingscommissies en indien nodig aan de desbetreffende autoriteiten. In alle gevallen besluiten de overheid en/of de productschappen welke vervolgacties plaatsvinden en zij sturen die aan. Ze kunnen zich daarbij laten adviseren door de GD en andere organisaties.
De GD rapporteert haar bevindingen in principe altijd anoniem, tenzij er sprake is van aangifteplichtige of meldingsplichtige ziekten. Als er zwaarwegende overwegingen zijn, kan de overheid de GD verplichten persoonsgegevens te verstrekken. Deze buitengewone maatregel zal alleen genomen worden als het belangrijk is om bedrijfsspecifieke maatregelen uit te kunnen voeren. De monitoringsinformatie die de GD verzamelt, is natuurlijk ook belangrijk voor dierenartsen en veehouders. Daarom verspreidt de GD deze informatie ook via haar bladen, website en nieuwsbrieven. Elk kwartaal wordt er per diersoort een flyer uitgegeven met de hoofdpunten uit de monitoring. Verder staan er in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde en Veehouder en Dierenarts rubrieken met monitoringsinformatie. Eenmaal per jaar ontvangen dierenartsen een jaaroverzicht van de bevindingen via het jaarverslag monitoring.