Rhino

De GD onderzoekt alle monsters die binnenkomen voor Rhino op de aanwezigheid van EHV1. Rhino is geen meldingsplichtige ziekte, het initiatief voor onderzoek ligt bij de paardeneigenaar in overleg met hun dierenarts. De GD is in gesprek met de overheid en de Sectorraad Paarden om te kijken of ze meer mag doen om Rhino en andere paardenziektes te monitoren. De Sectorraad Paarden is het aanspreekpunt voor alle vragen vanuit paardenhouders over Rhino en andere paardenziekten. www.sectorraadpaarden.nl.

Meer informatie over Rhino vindt u in het advies- en informatiedocument van de faculteit Diergeneeskunde, de Groep Geneeskunde van het Paard van de KNMvD en de GD.
 

Veelgestelde vragen over Rhino

Wat zijn de klinische verschijnselen van Rhinopneumonie?

Rhinopneumonie (Rhino) is een virusinfectie die wordt veroorzaakt door Equine Herpes Virussen (EHV). Er zijn verschillende typen van Rhino, veroorzaakt door de typen EHV1 en EHV4. Deze virussen kunnen drie soorten klinische verschijnselen veroorzaken:
- Griepachtige verschijnselen (koort, slaapzucht, gebrek aan eetlust, neusvloeiing, hoesten en zwelling van de ledematen);
- Abortus;
- Neurologische verschijnselen, zoals verlamming.

EHV4 beperkt zich daarbij voornamelijk tot luchtwegproblemen. EHV1 veroorzaakt daarnaast ook abortus en - incidenteel - neurologische verschijnselen. Uit onderzoek van de GD blijkt dat EHV1 zelfs de belangrijkste infectieuze oorzaak van abortus bij paarden is in Nederland.

Hoe vaak komt Rhino in Nederland voor?
Rhinopneumonie is een virusinfectie die jaarlijks opduikt. De abortusvariant is in Nederland en België verre van zeldzaam. Dit jaar zijn er niet opvallend meer of minder gevallen van rhinopneumonie bekend, maar de neurologische variant wordt normaal gesproken niet zo vaak gezien. Vandaar dat alertheid geboden is.

Stel: ik heb een paard zonder koorts of symptomen van Rhino, maar die verdacht is op basis van de stal waar hij vandaan komt. Wat moet ik dan doen?
Komt het paard van een besmette stal waar een bewezen infectie met EHV1 is, plaats hem dan altijd in quarantaine (in een apart compartiment, waar geen contact mogelijk is met andere paarden). Overleg met uw dierenarts over de uit te voeren onderzoeken en het moment waarop het paard weer in de groep geplaatst mag worden.

Kunt u mij een idee geven van de mate waarin de neurologische vorm zich verspreidt over een bedrijf?
Tot op heden is onvoldoende bekend welke factoren bepalend zijn voor het ontwikkelen van zenuw­stoornissen. Daarom is moeilijk te voorspellen in welke mate de neurologische variant zich kan verspreiden, in ieder geval zal de immuun­status van de dieren een belangrijke rol spelen. Dit heeft een uitbraak in 2009 in België (Antwerpen) uitgewezen. Hierbij waren 13 bedrijven betrokken. Op het bedrijf waar werd gevaccineerd, werd 26% van de paarden klinisch ziek met duidelijke symptomen. Van deze 26% klinisch zieken hebben er 43% zenuwstoornissen gekregen (11% van het totaal aantal paarden). Op de bedrijven waar niet gevaccineerd werd, werden alle paarden ziek en ontwikkelden er een groot aantal zenuwsymptomen. Onderzoek toonde aan dat deze paarden op het moment van de uitbraak bijna geen antistoffen hadden.

Ik moet met mijn paard naar een kliniek, maar daar komen veel paarden samen. Is dat wel veilig?
Het mag duidelijk zijn dat klinieken juist een concentratie van zieke paarden vertegenwoordigen. Je mag ervan uit gaan dat op regelmatige basis Rhino in een kliniek binnensluipt. Er is dus geen reden voor paniek. Omdat de neurologische vorm van Rhino op dit moment in Nederland aangetoond is, worden klinieken geadviseerd om aanvullende maatregelen te treffen.

Wat is jullie advies over het deelnemen aan concoursen?
Zolang wij als GD niet het volledige overzicht van de Rhinostatus in Nederland hebben, kunnen wij deze vraag niet voldoende betrouwbaar beantwoorden en verwijzen wij wat dit betreft naar de SRP. Wat toekomstige concoursen betreft: zorg ervoor dat je paard geen rechtstreeks contact heeft met andere paarden. Dit wil zeggen dat je paard aan geen enkel ander paard snuffelt, niet drinkt uit een vreemde emmer, niet eet uit een vreemde voerbak en zeker niet in een vreemde stal gestald wordt. Concreet: laad het paard af om te rijden, vermijd contact met andere paarden (ook jijzelf niet!) en ga na het rijden rechtstreeks terug naar de trailer.

Mag ik nog paarden transporteren?
Het transporteren van paarden is in principe geen probleem zo lang je ervoor zorgt dat ze geen contact hebben met vreemde paarden. Indien aangetoond is dat een paard Rhino heeft, en hij rechtstreeks contact heeft gehad met de groep, dan is het advies om  het bedrijf een gesloten management aan te laten houden gedurende vier weken. Dit wil zeggen: geen transport van paarden in en uit het bedrijf. Het is ook verstandig binnen de groep het positieve paard te blijven isoleren. Maar er hoeft niet, zoals bij varkenspest, een soort ring­gebied te worden afgebakend rond een positief bedrijf, waar transport meer risicovol is.

Tot slot dient het volgende in overweging te worden genomen: uiteraard kan het verhuizen naar een andere stal en het transport op zich een stressfactor zijn voor een paard, dit kan het immuunsysteem onderdrukken.

Hoe managen we paarden die terugkeren van wedstrijden waar zij mogelijks in contact kwamen met geïnfecteerde paarden?
Idealiter worden deze paarden geïsoleerd opgestald, gescheiden van de andere paarden. Maak hierbij ook gebruik van afzonderlijke voeder- en drinkbakken en besteed aandacht aan handhygiëne en bijvoorbeeld het wisselen van kleding bij het overstappen van het ene naar het andere paard. Hoe lang deze procedure gehanteerd moet worden hangt af van de specifieke situatie. In het algemeen is aan te raden om deze maatregelen gedurende 28 dagen te hanteren, waarbij twee maal daags wordt getemperatuurd. Overleg hierover met uw dierenarts.

Kan Rhino indirect, bijvoorbeeld via jassen, pramen en voederbakken, overgedragen worden?
Ja, dat is mogelijk. Het virus verspreidt zich via neusuitvloeiing dat vrijkomt wanneer een besmet paard hoest en door direct en indirect contact met de neusuitvloeiing van besmette paarden (bijvoorbeeld via de voederbak, drinkbak en praam). Is de testuitslag voor de neusswab positief voor het EHV-1 virus, dan moeten verzorgers van het paard zich omkleden voordat ze naar andere paarden toegaan en de hygiëneadviezen opvolgen (zie boven). Het beste is om eerst de (nog) niet besmette paarden te verzorgen en als laatste de EHV-1 positieve paarden. Ook wordt aangeraden om niet heen en weer te lopen tussen de paardgroepen. Op die manier worden de risico’s van overdracht beperkt. Daarnaast is het sowieso altijd verstandig om u even om te kleden voordat u naar een paardenevenement toe gaat.

Contact

Afdeling paard
Tel. 0900-1770, optie 5 
E-mail info@gddeventer.com

Publicaties

Copyright © De Gezondheidsdienst voor Dieren B.V. Alle rechten voorbehouden. VoorwaardenDisclaimer

Zoomfunctie

Moeite met het lezen van de tekst? Vrijwel alle populaire browsers geven u controle over hoe groot websites worden weergegeven.
  • Windows
    Mac OS
  • Zoom in
  • Zoom uit
  • Zoom 100%
  • Muiswiel op / neer