Goed water is ook van belang voor dieren. Water dat bestemd is voor drinkwater voor dieren, moet aan de volgende eisen voldoen:
- het moet smakelijk zijn
- het mag geen schadelijke stoffen bevatten
- het moet voldoende beschikbaar zijn
Smaak
De smaak van het water wordt, in volgorde van belangrijkheid, beïnvloed door: ijzer, zouten (nitraat, ammonium, natrium/chloride, calcium) en organische stof. Smakelijkheid is een relatief begrip. Zijn dieren eenmaal gewend aan bepaald water, dan vinden ze dit meestal lekker, mits de gehalten binnen de grenswaarden liggen. Door een snelle verandering van de smaakbepalende gehalten ijzer, hardheid en zout, kan de wateropname teruglopen. Vooral in de zomermaanden valt de gevoeligheid voor smaak op. Bij koeien die in de wei oppervlaktewater kunnen drinken en in de stal leiding- of bronwater, zijn soms opmerkelijke verschillen in wateropname waar te nemen. Een koe drinkt ongeveer tien liter per keer en doet daar zo'n vijf minuten over. Is ze sneller weg, dan zal ze het water waarschijnlijk niet lekker vinden.
Schadelijkheid
Een overzicht van grenswaarden voor veedrinkwater vindt u verderop onder grenswaarden.
- Stikstofcomponenten: ammonium, nitriet en nitraat bepalen grotendeels de schadelijkheid van het water. Indien combinaties van deze stoffen aanwezig zijn, zal het water vrijwel altijd ook intermediaire stoffen bevatten die ook schadelijk kunnen zijn.
- Koolstofcomponenten: de bepaling van de oxydeerbaarheid van het water is bedoeld als algemene screening en geeft een zeer ruwe indicatie van de mogelijke schadelijkheid van alle aanwezige koolstofcomponenten.
- Zwavelcomponenten: sulfaat en sulfide zijn hiervoor maatgevend. Indien beide voorkomen, mag men ervan uitgaan dat er ook intermediaire verbindingen (zoals sulfiet en S-8) aanwezig zijn. Met name sulfide is zeer giftig. Concentraties lager dan 0,02 mg/l zijn in drinkwater niet aantoonbaar, terwijl men soms wel sulfide ruikt.
- Fosfaatcomponenten zijn niet in zodanige concentraties in water aanwezig dat ze schadelijk zijn voor de gezondheid van de dieren. Daarom wordt dit niet onderzocht.
- Zouten: met name natrium is schadelijk. Vooral varkens en pluimvee zijn hiervoor gevoelig.
- Zware metalen komen normaal gesproken in het grond- en oppervlaktewater niet voor in concentraties die schadelijk zijn voor dieren. Indien verontreinigingen worden verwacht, is onderzoek naar de combinatie lood/cadmium/koper/zink een goede maat voor de aard en mate van verontreiniging.
- Organische verontreinigingen zijn in grondwater meestal niet aanwezig of op zo'n laag niveau, dat onderzoek hiernaar niet zinvol is. Specifiek onderzoek kan deze stoffen aantonen.
- Bacteriën: het totaal kiemgetal geeft een indruk van de algemene hygiëne van het water. Daarnaast wordt het coliforme-bacteriëngetal (of beter: de enteroforme bacteriën) bepaald om eventuele faecale besmetting vast te stellen. Bij een verhoogd coliforme-bacteriëngetal worden ook de thermotolerante enterococcen bepaald, als indicatie voor een recente besmetting. Bij specifieke problemen, bijvoorbeeld in het kader van onderzoek bij riooloverstorten, kan het zinvol zijn om ook salmonella en clostridium te bepalen. De laatste jaren worden in oppervlaktewater steeds meer cyanobacteriën aangetroffen. Deze bacteriën (ook wel blauwwieralgen genoemd), zijn geel, rood, groen of blauw van kleur. Zij kunnen toxinen uitscheiden die lever-, huid-, hersen- en nierbeschadigingen kunnen veroorzaken.
Beschikbaarheid
Vrijwel al ons vee krijgt drinkwater via leidingen. Het is van belang dat het water ongeremd door de leidingen kan stromen en vrij en ongehinderd uit de nippels of andere kranen stroomt. Met name ijzer, mangaan en hard water kunnen ertoe leiden dat leidingen verstoppen of drinknippels en/of kranen gaan lekken. Vooral de combinatie hogere pH (boven de 7,2) en veel zuurstof zorgt voor een snelle vorming van neerslag van ijzeroxide. Bij een lagere pH (beneden de 6,8) kan het ijzer wel oxyderen, maar er ontstaat minder snel neerslag. In principe geldt hetzelfde voor mangaan, alleen oxydeert mangaan veel langzamer dan ijzer. Als mangaan in contact komt met peroxyden (of actief chloor), ontstaat zeer snel een fijn, zwart neerslag. Hogere concentraties aan ijzer en hardheid kunnen ook gevolgen hebben voor medicatie via drinkwater. Er ontstaat dan een neerslag, het medicijn wordt minder werkzaam en de leidingen raken verstopt.
Redenen van onderzoek
Water wordt om uiteenlopende redenen onderzocht. De vier meest voorkomende redenen zijn:
- Onderzoek van een bestaande bron
Meestal betreft het hier routine-onderzoek om na te gaan of het grondwater dat wordt opgepompt, geschikt is als drinkwater voor dieren.
- Onderzoek van een nieuwe bron
Nadat een nieuwe bron is geslagen moet het grondwater in de omgeving van de pomp eerst weer tot rust komen. Dit kan 10 tot 14 dagen duren. De nieuwe bron kan daarom pas na 10 tot 14 dagen gebruik goed worden bemonsterd.
- Onderzoek naar aanleiding van klachten
- Water van een eigen bron
Voor onderzoek van drinkwater naar aanleiding van klachten zijn twee monsters nodig om een goed advies te kunnen geven. Het bronmonster moet zo dicht mogelijk bij de ingang van het leidingssysteem worden genomen. Het stalmonster moet worden genomen op de plaats waar de dieren drinken.
- Water van de waterleidingmaatschappij
Hierbij mag er van worden uitgegaan dat het 'bronwater' van goede kwaliteit is. Alleen onderzoek van het stalwater is dan nodig. Neem het monster op de plek waar de dieren drinken.
- Onderzoek bij gebruik van oppervlaktewater en ondiepe bronnen (weidepompjes)
Als u uw vee oppervlaktewater geeft of water uit ondiepe bronnen (weidepompjes), is het verstandig dat regelmatig te laten onderzoeken. Door vervuiling, temperatuur en neerslag kan de kwaliteit snel wisselen en daardoor ongeschikt raken als veedrinkwater. Een grote bedreiging voor oppervlaktewater zijn riooloverstorten, algen die giftige stoffen afscheiden, gewasbeschermingsmiddelen en besmetting met bacteriën.
Monstername en verzending
Voor de monstername moet de pomp of kraan tenminste 5 minuten worden doorgespoeld. Daarna vult men de potjes op de plaats waar de dieren ook drinken. Voor bacteriologisch onderzoek moet het potje worden geopend zonder dat de binnenkant van de dop wordt aangeraakt. Het onderzoek omvat zowel chemisch als bacteriologisch onderzoek. Watermonsters moeten worden genomen in potjes die bij de GD aangevraagd kunnen worden onder telefoonnummer 0900 1770 of via de webwinkel. Het water moet binnen korte tijd op het laboratorium aanwezig zijn omdat anders de samenstelling al kan veranderen. Zorg dus dat de watermonsters zo snel mogelijk (binnen 24 uur na monstername) bij de GD zijn. Dit kan door ze zelf af te geven bij het laboratorium in Deventer, per post of via de dierenarts. Vooral bacteriologisch onderzoek wordt minder betrouwbaar als de monsters langer onderweg zijn. Zend bij voorkeur niet in op donderdag en vrijdag.
Benodigde gegevens voor een goed advies
Voordat een advies kan worden gegeven, moeten eerst een aantal gegevens bekend zijn. Bijvoorbeeld: inzendgegevens, reden van het onderzoek, grondsoort, voor welke diersoort het water bestemd is, van welke diepte het water is opgepompt en de eventuele aanwezigheid van een filter. Pas indien deze gegevens bekend zijn, kan een goed advies worden gegeven.
Grenswaarden
Toelichting: de waarden in de kolom 'goed' kunnen als veilig voor de betreffende diersoort worden beschouwd. De waarden in de kolom 'afwijkend' worden beschouwd als (ernstig) risicovol voor de betreffende diersoort.
| Parameter |
Herkauwers |
Varkens* |
Pluimvee |
|
goed |
afwijkend |
goed |
afwijkend |
goed |
afwijkend |
| pH |
5 - 8,5 |
<4 en >9 |
5 - 8,5 |
<4 en >9 |
5 - 8,5 |
<4 en >9 |
| Ammonium (mg/l) |
<2,0 |
>10,0 |
<1,0 |
>2,0 |
<1,0 |
>2,0 |
| Nitriet (mg/l) |
<0,10 |
>1,00 |
<0,10 |
>1,00 |
<0,10 |
>1,00 |
| Nitraat (mg/l) |
<100 |
>200 |
<100 |
>200 |
<100 |
>200 |
| Chloride (mg/l) |
<250 |
>2000 |
<250 |
>1000 |
<200 |
>250 |
| Natrium (mg/l) |
<800 |
>1500 |
<400 |
>800 |
<100 |
>200 (1) |
| Sulfaat (mg/l) |
<150 |
>250 |
<150 |
>250 |
<150 |
>250 |
| IJzer (mg/l) |
<0,5 |
>10,0 |
<0,5 |
>10,0 |
<0,5 |
>5,0 |
| Mangaan (mg/l) |
<1,0 |
>2,0 |
<1,0 |
>2,0 |
<0,5 |
>1,0 |
| Hardheid (°D) |
<20 |
>25 |
<20 |
>25 |
<15 |
>20 |
| Waterstofsulfide |
niet aantoonbaar |
niet aantoonbaar |
niet aantoonbaar |
| Coliforme bacteriën (kve/ml) |
<100 |
>100 |
<100 |
>100 |
<100 |
>100 |
| Totaal kiemgetal (kve/ml) |
<100.000 |
>100.000 |
<100.000 |
>100.000 |
<100.000 |
>100.000 |
* ook toepasbaar voor paarden en andere eenmagigen (1) voor leghennen: >400 mg/l natrium |