Activeer uw Z login

Tibiale Dyschondroplasie (TD) bij kalkoenen

Onderzoek toont aan dat veel Nederlandse vleeskalkoenen een lichte of ernstige vorm van de botafwijking tibiale dyschondroplasie (TD) hebben. Volgens dit onderzoek is er geen relatie tussen TD en het loopgedrag en daarmee het welzijn van kalkoenen.

Kraakbeenprop
Tibiale dyschondroplasie bij vleeskalkoenen is een botafwijking in de kop van het loopbeen (Latijnse benaming: tibia). Bij deze aandoening is met het blote oog een kraakbeenprop te zien ter hoogte van de groeischijf. Normaliter wordt dit kraakbeen omgezet in botweefsel. Tussen de kraakbeenprop en het gezonde botweefsel is een duidelijke grens waarneembaar. Uit Zwitsers onderzoek uit 1997 bleek bij 85 procent van de Zwitserse vleeskalkoenen een lichte tot ernstige vorm van TD voor te komen. Nederlandse vleeskalkoenen zijn voor een belangrijk deel afkomstig van dezelfde foklijnen (BUT) als de Zwitserse. Deze hoge prevalentie (hoe vaak het voorkomt) in Zwitserland en het mogelijk negatieve effect van TD op het welzijn van de dieren, was aanleiding ook de Nederlandse situatie in kaart te brengen. De Gezondheidsdienst voor Dieren heeft in 1999 onderzoek gedaan naar de prevalentie van TD. Tevens is bestudeerd wat het effect is op het welzijn van de dieren.

Proefopzet
Op basis van standaard sectie-onderzoek bij de Gezondheidsdienst werd de prevalentie aanvankelijk geschat op 1 tot 2 procent. Voor een beter inzicht is een steekproef gehouden op vijftig vleeskalkoenenbedrijven. Op de slachterij van Plukon te Boxmeer werden in eerste instantie 50 hanen onderzocht op het voorkomen van TD. De dijbenen van hanen (20-21 weken leeftijd) werden verzameld en door de GD onderzocht. Al snel bleek dat het percentage TD veel hoger lag dan verwacht (rond 50%), waardoor het aantal te onderzoeken hanen per bedrijf kon worden teruggebracht tot 20. Om seizoensinvloeden uit te sluiten zijn van de deelnemende bedrijven van achtereenvolgende rondes hanen onderzocht. In de periode tussen november 1998 en augustus 1999 zijn in totaal ruim duizend monsters onderzocht. Bij 53,7 procent van de monsters werd TD vastgesteld. Wat opvalt is de enorme variatie tussen de bedrijven in aantallen positieve monsters van 10 tot 100 procent. Tijdens het onderzoek is tevens gekeken in welke mate de afwijking voorkomt door de grootte van de kraakbeenprop te meten (zie grafiek).

Geen relatie met welzijn
Bij dit onderzoek is ook gekeken naar de relatie tussen het loopgedrag van de kalkoenen en het voorkomen van TD. Het loopgedrag van de kalkoenen is beoordeeld door een gedragsonderzoeker van het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij en ingedeeld in de categorieën goed, matig en slecht lopen. In totaal werden 157 kalkoenen onderzocht. Uit dit onderzoek bleek dat er geen relatie bestaat tussen het voorkomen van TD en het loopgedrag. De conclusie is dat het welzijn van de kalkoenen niet samenhangt met het voorkomen van tibiale dyschondroplasie.

vrijdag 26 april 2002