Activeer uw Z login

Verband toename ingezonden vruchten en bloed van verwerpers en Bluetongue reëel

 

Uit GD Monitor Rund kwamen in 2007 een tweetal signalen: het aantal ingezonden bloedmonsters in verband met verwerpen nam toe en het aantal ingezonden verworpen vruchten steeg. De mogelijke relatie met de bluetongue- uitbraak is door de GD onderzocht.Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van informatie uit de onderzoeksbestanden, uit de GD Monitoring, van het GD-laboratorium (inclusief de sectiezaal) en van de bluetongue-onderzoeken die door de GD zijn uitgevoerd.

Op voorhand waren een aantal mogelijke oorzaken te benoemen. Met betrekking tot het toegenomen aantal verwerpers, werd gedacht aan de gevolgen van bluetongueinfectie. In 2006 bleef deze infectie beperkt tot enkele zuidelijke provincies, maar vanaf de zomer van 2007 werd bluetonguevirus in de meeste gebieden van Nederland waargenomen. Anders dan in 2006, werden in 2007 door veehouders veel problemen met de vruchtbaarheid genoemd.

Meer verwerpers
Op basis van de uitgevoerde analyses zijn de volgende conclusies te trekken met betrekking tot de toename van verwerpers:

  • De toename van inzendingen van bloedmonsters van verwerpers is afkomstig van melkveebedrijven. De toename begint vanaf juli 2007 en bedraagt gemiddeld 184 extra inzendingen per maand (ongeveer 20 procent toename).
  • Er zijn in verwerperbloedjes geen aanwijzingen dat veelvoorkomende infecties zoals Neospora, BVD, Salmonella en IBR een rol spelen bij de toename.
  • Sinds bluetongue op afweerstoffen onderzocht wordt (augustus 2007) in bloedmonsters van verwerpers, worden
    in ongeveer 75 procent van de geteste monsters afweerstoffen aangetoond. Dit betekent niet dat hiermee het bewijs is geleverd dat bluetongue ook de oorzaak van het verwerpen was.
  • De toename van verwerpers komt vooral uit het zuidelijke en oostelijke deel van Nederland. De infectie met bluetongue is vanuit het midden/zuiden naar het noorden opgetrokken.
  • Er is ook een toename van het aantal inzendingen voor sectie-onderzoek op verworpen vruchten te zien. Ten opzichte van het tweede kwartaal 2007 worden er bijna 100 (45 procent) meer verworpen vruchten aangeboden. Er is in deze vruchten geen duidelijke toename van bekende oorzaken (Neospora, Salmonella, BVD, IBR), terwijl het percentage vruchten waarbij geen oorzaak kan worden vastgesteld stijgt van 48 procent naar 57 procent. Bij sectie werd niet standaard op bluetongue onderzocht.

 

Relatie verwerpers en bluetongue
Gezamenlijk geven deze bevindingen een sterke aanwijzing voor een relatie tussen het toegenomen aantal ingezonden vruchten/bloedmonsters van verwerpers en de bluetongue-infectie in Nederland. Meer dan een relatie kan met de huidige analyses niet worden gegeven omdat het onderzoek achteraf betreft. Op basis van de aantallen ingezonden
vruchten/bloedmonsters van verwerpers kan niet met zekerheid geconcludeerd worden dat ook meer runderen hebben verworpen. Het is ook mogelijk dat ten gevolge van de dreiging en/of aanwezigheid van bluetongue, vaker van een verwerper een bloedmonster en/of verworpen vrucht is ingestuurd. Om de eventuele bijdrage van bluetongue-infectie
aan het toegenomen aantal inzendingen van verwerpers beter vast te stellen, is verder onderzoek nodig.

Jan Muskens, dierenarts, en Inge Berends, epidemioloog

Bron: GD Herkauwer 52, maandag 26 mei 2008