Activeer uw Z login

PMV3 veroorzaker zenuwverschijnselen en kreupelheid?

In 2007 is de GD meermalen geconfronteerd met jonge hennen, soms ook hanen, waarbij volgens de pluimveehouder sprake is van 'slijtende' dieren, ondanks een voldoende voervoorziening. De dieren worden mager en in een enkel geval is er sprake van zenuwverschijnselen en kreupelheid. De GD veronderstelt dat een paramyxovirus (PMV3) de problemen veroorzaakt.

Naar aanleiding van bovenstaande bevindingen heeft de GD onderzoek van de hersenen uitgevoerd bij dieren van 35 verschillende koppels, die voor sectie waren aangeboden. Het ging in alle gevallen om koppels waarin de inzender problemen signaleerde met de voortbeweging: niet of slecht willen lopen, kreupel, zenuwverschijnselen of ernstige vermagering. De problemen deden zich meestal voor bij een klein gedeelte van het koppel. Bij 19 van deze koppels kon de sectiezaaldierenarts al een afwijking vinden die waarschijnlijk de klacht kon verklaren. Bij 2 van deze koppels was sprake was een hersenontsteking. Bij de overige 16 koppels kon met het blote oog geen afwijking worden gevonden. Bij nader weefselonderzoek werd bij 15 van deze koppels een hersenontsteking vastgesteld. De hersenontsteking lijkt te passen bij een paramyxovirus3-infectie. De ontsteking in de hersenen, zowel in de grote hersenen als de hersenstam, is van hetzelfde type PMV3 dat voorkomt bij exotische vogels.

Hoge titers
Opvallend is dat in de probleemkoppels waarbij de GD hersenonderzoek heeft uitgevoerd, ook dieren zaten met een hoge PMV3-HAR titer in het bloed. In sommige gevallen zijn de titers zelfs hoger dan 7 (zie tabel). Omdat het PMV3-virus tot dezelfde paramyxovirusgroep behoort als het NCD-virus, reageren afweerstoffen tegen NCD ook deels mee in de test voor PMV3. Dit fenomeen noemen wij kruisreacties. Vanwege de NCD-afweerstoffen (door de enting) mag je een geringe titer verwachten, maar zeker geen titers van 5 of hoger! Net als voor NCD geldt ook voor PMV3 dat titers gedurende een lange tijd aanwezig blijven, zeker na een natuurlijke infectie. Het is onmogelijk om op basis van de bloeduitslag aan te geven wanneer de infectie heeft plaatsgevonden. Het is mogelijk dat de hersenbeschadiging acuut is en dat er lage PMV3-titers aanwezig zijn omdat deze nog opgebouwd moeten worden. Het is ook mogelijk dat de PMV3- infectie praktisch ongemerkt voorbij is gegaan en dat het dier afweerstoffen tegen PMV3 heeft opgebouwd. Wanneer er later een probleem optreedt en bloedonderzoek gedaan wordt kan de HAR-titer erg hoog zijn en geen relatie hebben met het huidige probleem. Bij twee van de probleemkoppels was sprake van ernstige coccidiose en hele hoge PMV-titers (respectievelijk 10,2 en 10,4). Opmerkelijk is dat de dieren met hersenafwijkingen bij sectie, vaak ook al een hoge titer hadden. De GD heeft vele pogingen ondernomen om het virus te kweken, maar tot op heden is dat niet gelukt. Mogelijk treden de hersenverschijnselen pas in een zo laat stadium op, dat het virus niet meer te vinden is.

 Reden inzending PMV3-titer (SD.) Diagnose bij sectie Hersenontsteking
 Lusteloos 3.0 (0.8) Darmontsteking met weefselversterf nee
  3.3 (2.5) Buikvliesontsteking nee
  3.3 (0.6) Darmontsteking met weefselversterf nee
  10.2 (0.8) Coccidiose nee
  10.4 (0.9) Coccidiose nee
 Vermageren 2.3 (0.6) Nierontsteking nee
  1.0 (0.0) Buikvliesontsteking ja
  3.3 ( 2.9) Ingewandsvorm van ziekte van Marek nee
  1.0 ( 0.0) CAV infectie nee
 Draainekken 3.0 ( 3.5) Middenoorontsteking nee
  8.5 (2.5) Middenoorontsteking nee
 Kreupel/verlamming 3.3 ( 1.6) Achillespeesruptuur nee
  1.3 ( 0.5) Zenuwvorm van Ziekte van Marek nee
  1.0 ( 0.0) Afgebroken heupkop nee
  4.3 (1.7) Afgebroken heupkop ja
  2.6 ( 0.9) Spierontsteking nee
 Uitval 2.0 (0.0) Nierontsteking nee
  5.5 (3.5) Buikvliesontsteking nee
  7.5 ( 1.3) Kannibalisme nee
19 sectie-inzendingen bij pluimvee waarbij weefselonderzoek van de hersenen is uitgevoerd en waarbij een waarschijnlijke oorzaak van de klachten is gevonden. Opvallend zijn de soms hoge PMV3-titers in het bloed.

PMV3 in pluimveehouderij?
De GD veronderstelt dat binnen de Nederlandse pluimveehouderij een PMV3-virus aanwezig is, dat incidenteel problemen veroorzaakt. Tot nu toe weten wij dat deze problemen vooral optreden rondom de 15e tot 20e levensweek bij zowel leghennen als vermeerderingsdieren. Er zijn geen rasverschillen vastgesteld. Het is mogelijk dat een PMV3-infectie ook op andere momenten afwijkingen in het gedrag veroorzaakt, maar dat dit niet wordt herkend. Dat geldt ook voor ademhalingsproblemen bij kalkoenen: het is niet uit te sluiten dat ook hier PMV3 een rol speelt bij het aanjagen van een O.r.- of E. coli-infectie. Vaccineren tegen PMV3 is in Nederland nog niet mogelijk. Er zijn wel vaccins voor kalkoenen, maar die zijn in Nederland niet beschikbaar.

Meer informatie uit onderzoek
Hoge PMV3 HAR-titers geven aan dat er contact met het virus is geweest, maar zeggen niets over het moment van de infectie. Bij de GD zijn er sinds voorjaar 2007 mogelijkheden om serum van koppels te laten invriezen in de GD Bloedbank en deze in een later stadium te laten onderzoeken. Hierdoor wordt het mogelijk om de bloeduitslagen van vóór en na de infectie te analyseren. Dit levert meer informatie op over het infectiemoment en welke relatie er is met de huidige klachten. Als u wilt weten of gedragsafwijkingen mogelijk veroorzaakt worden door hersenbeschadigingen, dan zal tevens een aantal aangetaste dieren voor sectie moeten worden ingezonden.

Paramyxovirussen
Er zijn 9 verschillende typen paramyxovirus. Het bekendste is ongetwijfeld paramyxovirus-type 1 (PMV1), de veroorzaker van Newcastle disease (NCD). Economisch gezien worden alleen dit type en type 3 van belang geacht. Andere typen kunnen echter wel milde ademhalingsproblemen veroorzaken en worden met name gevonden in exotische vogels. PMV-type 3 (kortweg PMV3) is gevonden bij kalkoenen en veroorzaakt bij deze dieren milde ademhalingsproblemen. Bij vermeerderingskoppels zien wij daarnaast eiproductiedaling. PMV3 is bij kalkoenen voor het eerst aangetoond in de Verenigde Staten, eind jaren 60, en daarna in Europa.

Bij exotische vogels wordt naast PMV2 ook PMV3 gevonden, al lijken de PMV3-stammen bij exotische vogels te verschillen van die bij kalkoenen. In Nederland is PMV3 wel eens gevonden bij parkieten. In oude literatuur wordt melding gemaakt van hersenontsteking door PMV3 bij parkieten, gouldamadines, verschillende (Afrikaanse) prachtvinken, edelzangers en kanaries. In de literatuur worden geen PMV3-infecties bij andere hoenders dan kalkoenen vermeld, ondanks het feit dat andere hoenders wel gevoelig zijn voor het virus.

Bron: GD Pluimvee nr. 35, vrijdag 20 juli 2007